woensdag 20 juni 2012

Berlijn


Zo, daar zaten we dan. Zomaar in Berlijn, een stad van tegenstellingen. Dat was het geval in de tijd van de muur, en ook tegenwoordig is er nog veel van te zien en te merken. Het mooie oosten vol met prachtige bouwwerken, waar elk plekje een grootse geschiedenis heeft. En aan de andere kant het kapitalistische westen. Vol met luxe winkels, het olympisch stadion, noem maar op. Alles is hier te koop. Gelukkig kan je tegenwoordig vrij  door de stad reizen, zonder dat je een obstakel ten hoogte van drie meter zestig moet zien te passeren. Ik heb op een plek waar de muur nog intact was een poging mogen wagen, maar ondanks mijn ongeëvenaarde atletische vermogen kwam ik op het moment suprême nét iets te kort. En nee, dat kwam niet door alleen door mijn geringe lengte, de Berlijnse muur is wel even wat anders dan een “horde” zoals men die op de atletiekbaan kent. Een hoogte van slechts 106,7 centimeter stelt natuurlijk níets voor. En dan heb ik het nog niet eens over de bewaking en boobytraps bij de muur van destijds, die er gelukkig nu niet meer waren. Booby. Hihi.

Over borsten gesproken, in het centrum is ’s avonds laat erg weinig te doen. Wat dat betreft kunnen ze nog wel wat leren van het supergezellige centrum van Uithoorn op een willekeurige doordeweekse dag. Ja zegt ie. Maar borsten waren er dus wel. Netjes ingepakt in een strak leren jasje. Hoewel netjes, de verkoopster van de Blokker zal niet slagen voor het cadeautjesinpakexamen als het product dusdanig onbedekt zou blijven als bij deze dame het geval was. Net als bij de Blokker moest ook hier geld neergelegd worden om het half ingepakte product mee naar huis te mogen nemen, waar het cadeaupapier er vervolgens driftig afgetrokken zou mogen worden. Dat zou dan niet het enige zijn wat afgetr... De rest van de zin bevat mogelijk inhoud die alleen voor volwassenen geschikt is, en is om deze reden geblokkeerd. Verschil met de Blokker was dat we korting konden krijgen omdat we met z’n tweeën waren. Tel uit je winst. Low pricing, high service.

Niet geheel toevallig lagen we de dag erna lekker op het gras in de Lustgarten, waar ik mijn videocamera weer tevoorschijn toverde. In de 18e eeuw was dit park trouwens een exercitieterrein, om het beeld van Berlijn weer even tot realistische proporties terug te brengen. Waarom had ik ook alweer besloten een videoverslag te gaan maken? Eens maar nooit meer. Ondanks de beloofde beeldstabilisatie zijn de gemaakte beelden dusdanig shaky dat het lijkt alsof ik Parkinson onder de leden heb, een ziekte die ik toch eerder toe zou schrijven aan een van de vele oudere reisgenoten. Ik schat een gemiddelde leeftijd van 75, en dan zit ik waarschijnlijk nog aan de jonge kant. Daarnaast bleek het noodzakelijke bewerken van alle losse clips een hels karwei te zijn. Dat wordt volgende keer weer gewoon een serie kekke fotootjes maken, die ik later eventueel tot een kloeke bundel kan laten binden. Misschien had ik in één van de twaalf Saturn winkels  wel een leuke fotocamera op de kop kunnen tikken, maar daar hadden we natuurlijk geen tijd voor in ons drukke programma. Ik heb geen moeite met een keertje laat naar bed gaan, ik heb ook geen moeite met een keer vroeg opstaan, maar het is alleen jammer als het op dezelfde dag is.

Zo, daar zaten we dan. Zomaar op een terras Unter den Linden. Na een aantal bezoeken tijdens onze trip uitgeroepen tot onze favoriete straat. Waarom? Niet om de plastic flessen verzamelaars die elke prullenbak omkeerden, of we er nou vlak naast een broodje zaten te nuttigen of niet. Niet omdat het openbare toilet in onderhoud was waardoor menig toerist een blokje om moest om uit de broek te kunnen gaan. Niet omdat lindebomen de meest in het oog springende bomen zijn. Ook de dames van plezier lieten zich hier niet zien. Het is onze favoriet omdat het een prachtige straat is in het hart van de stad, dat in schril contrast staat met de verschrikkelijke dingen die in Berlijn hebben plaatsgevonden.

dinsdag 24 april 2012

Afspraken


“Dit moeten we snel weer doen!”

“We spreken nog af!”

Ik zeg het wel eens, de kans is groot dat u het ook wel eens zegt. Bovendien hebben we het andere mensen vaak genoeg horen zeggen. Helaas worden negen van de tien dergelijke uitspraken niet nagekomen, ondanks het feit dat volgens het Burgerlijk Wetboek der Nederlandse Staat een mondelinge overeenkomst bindend is. Waarom blijven mensen dit zeggen? Zal men er op het moment van uitspreken überhaupt bij nadenken? Ik zie hier drie opties:

  1. Men denkt niet na en zegt het uit gewoonte;
  2. Men gelooft er op het moment van uitspreken daadwerkelijk in dat er binnenkort een afspraak gemaakt gaat worden;
  3. Men spreekt het uit met in het achterhoofd een stemmetje dat geniepig lachend zegt; “hehe dacht het niet eikels!”.

Waar situatie twee als behoorlijk naïef bestempeld kan worden, is optie drie een situatie waarvan we mogen hopen dat deze niet vaak voorkomt. En mogelijkheid één, ‘uit gewoonte’, is maar saai, geestdodend, kleurloos, lijzig, monotoon, slaapverwekkend, taai, trutterig en vervelend. Hierbij schijnt ‘niet nadenken maar gewoon doen’ het motto te zijn, en dan mag men zich in de uitvoering wat onvolkomendheden permitteren.

“Volgende keer bij mij!”

“Ik stuur nog een mailtje!”

Of toch niet? Als je zoiets zegt, doe het dan vervolgens ook. In wat voor land leven wij, afspraken nakomen hoort de normaalste zaak van de wereld te zijn! Het is de basis van vertrouwen, de fundering van relaties die ondermijnt wordt door dergelijke uitspraken die niet nagekomen worden, gewoon omdat iedereen het doet. We worden helemaal gek gemaakt door wat er om eens heen gebeurt, volledig beïnvloed door impulsen van buitenaf. We worden gestuurd van alle kanten, gedwongen in een donker hoekje waar we in een iets te grote sweater met capuchon hurkend heen en weer schommelend zachtjes onze hoofden tegen de muur aandrukken. Besluiten, theorieën, denkbeelden en feitelijke gebeurtenissen worden dusdanig gecommuniceerd dat onze gedachten volledig in handen zijn van de media en het vormen van een eigen mening  onmogelijk is en we, als we uiteindelijk even uit het donkere hoekje weten te ontsnappen, ons verlagen tot dezelfde nietszeggendheid, opgaand in de massa van alledag. Samen maar toch alleen zijn we op zoek naar iets van onszelf om boven de massa uit te kunnen stijgen, en doen we krampachtige pogingen om vast te klampen aan de mensen om ons heen die we zo lief hebben. Met hun hulp kunnen we misschien uitvinden dat het goed is wie we zijn, ook al past het niet in het beeld van de massa. Dan kunnen we gezamelijk de sweater uitdoen en het donkere hoekje voor altijd de rug toekeren.

Hoe ironisch ook, alleen met hulp van anderen kunnen wij de massa ontstijgen. En daarom verbaast het me dat mensen zo met afspraken omgaan en het vertrouwen in de medemens beschadigen. Of is dit te vergezocht? Waarschijnlijk wel. Desalniettemin, mocht het schier onmogelijke dan toch plaatsvinden en wordt er zowaar een poging ondernomen om “volgende keer bij mij” invulling te geven, dan biedt Facebook, want mailtjes sturen doet men niet meer, de mogelijkheid om gemakkelijk de poging in één klap teniet te doen. Want ‘Ja ik kom!’ betekent ‘misschien’. En ‘Misschien’ is een beleefde vorm van ‘nee’. En als iemand ‘nee’ aanklikt kun je meteen beginnen met ontvrienden. Misschien dat de zichtbaarheid de reden is waarom mensen afspraken maken niet meer aandurven. Een vervolg willen geven aan het verjaardagsfeestje en vervolgens een publiekelijke vernedering ondergaan doordat acht van de tien genodigden ‘niet aanwezig’ aanklikken is in de regel niet de gewenste situatie. Dus dan zeggen we wel “we spreken nog af”, maar denken we “dacht het niet eikels”.

Tot zover mijn tirade. Dit moeten we snel weer doen!

donderdag 27 oktober 2011

Irritaties

Zomaar een paar irritaties. Herkenbaar?

Soms kom ik toch maar eens m’n kamer uit om even wat tijd te besteden met het gezin. Ik loop de woonkamer binnen en dit is wat ze zeggen; WOW HIJ IS UIT Z’N KAMER ONGELOFELIJK. Oké dan, doei maar weer.

Hoe vaak gebeurt het wel niet als ik auto rijd dat een van m’n favoriete nummers op de radio komt, net als ik parkeer?

In huis loop ik wel eens langs stoffige dingen, of er zitten ergens vieze plekjes. Wat doe ik? Ik zeg tegen mezelf dat ik het moet schoonmaken. Vervolgens loop ik weer weg om wat anders te gaan doen.

Als de leuning van m’n bureaustoel zonder dat ik het weet ineens niet meer vaststaat in één stand en dus vrij kan bewegen. Wanneer ik dan achterover leun is er die split-second dat ik denk dat ik dood ga, er is geen erger gevoel!

Ik wil wel eens weten hoe laat het is. Dan haal ik m’n telefoon uit m’n zak en druk het scherm even aan om hem vervolgens weer terug te stoppen. Wacht, waarom haalde ik m’n telefoon ook alweer uit m’n zak? Moet ik hem nog een keer uit m’n zak halen omdat ik niet op de tijd lette.

M’n telefoon gaat. Hij zit in m’n broekzak. Terwijl ik hem uit m’n zak haal, weiger ik per ongeluk het gesprek. Kaa uu tee.

Als ik een verhaal begin te vertellen in een groep, en me realiseer dat niemand luistert. Dan ga ik steeds zachter praten en doe alsof ik niks gezegd heb.

Nietszeggende zinnen, bah. Ter illustratie een combinatie: “Ach, dat kwam zo uit. Als ik gewoon m’n ding blijf doen, zeg maar, kunnen we doorpakken om er samen sterker uit te komen, mits we de koe bij de horens vatten.”

“Oh, ik wist niet dat je boos werd!” Maakt mij bozer dan ik al was.

zaterdag 3 september 2011

De held van de samenleving

Geachte lezer. Ik wil u graag voorstellen aan Kees. Kees is cool. Kees heeft schijt aan de wereld, Kees is tevreden met zichzelf. Kees doet waar hij zin in heeft. Als Kees zin heeft in een koekje pakt hij een koekje, zonder op de klok te kijken of het al bijna etenstijd is. Wat een held, wat een bikkel.

Kees loopt altijd zelfverzekerd over straat. Borst vooruit, armen wijd naast zijn lichaam. Zoals alleen echte mannen lopen. Stoplichten zijn er volgens Kees alleen voor de sier. Zoals hij zelf zegt, “ ’k heb schijt an die lichies”. Wanneer het maar kan staat Kees buiten op het pleintje, samen met zijn ‘matties’. Lekker chillen, biertje erbij. Lege blikjes gooit Kees niet in de prullenbak. Daar heeft de gemeente toch schoonmakers voor? Kees doet wat hij wil, Kees is echt tof. Als Kees de bus in stapt zegt Kees geen gedag tegen de chauffeur. Kees zegt gedag tegen niemand, behalve tegen Kees, ‘s morgens in de spiegel. Kees zit altijd achterin, met zijn mini-speakers waar de nieuwste en tofste Nederhop uit knalt. In een wilde bui wil Kees ook wel eens hardcore opzetten. Kees laat alle passagiers gratis meegenieten van zijn geweldige muzieksmaak. Zo aardig is Kees. Kees draagt altijd een zonnebril, ook ’s avonds. Kees is echt cool. En ’s nachts is Kees een echte party animal. In de club eist Kees alle aandacht op. Niet van vrouwen, niet van meisjes, maar van alle ‘bitches’. Alle ‘bitches’ zijn ‘crazy’ voor Kees. Een echte player. En als de club dicht gaat zet Kees het feestje op straat gewoon nog door.

Kees heeft een brommer. Geen Vespa, die zijn niet stoer. Nee een echte Yamaha. Kees heeft hem zelf opgevoerd en nu raast Kees met tachtig per uur door het dorp heen. En wat een prachtig geluid maakt dat ding, tot honderden meters ver is Kees z’n brommer te horen. Echt mooi man, wat een ding, wat een gozer. Kees rijdt nooit iemand in de weg, anderen rijden Kees in de weg. Daar wordt Kees weleens boos om, en dan steekt Kees zijn middelvinger op om duidelijk te maken dat de ander echt fout zit. Ook houdt Kees van tattoos. Kees twijfelde geen moment in de tattooshop, en liet een grote tribal-tattoo op z’n rechterbovenarm zetten. Nu kan iedereen zien dat Kees een echte man is. Z’n ‘matties’ hebben ook zo’n mooie tattoo. Het pleintje hebben ze zich toegeëigend. Kees jaagt elke jongetje weg want Kees wil het pleintje voor zichzelf. Een pak voor de broek worden ze hard van. Zo leren de kinderen belangrijke levenslessen van Kees. Wat een man, wat een karakter.

zaterdag 13 augustus 2011

Buschauffeurs

Iedereen kent ze, en iedereen ergert zich er wel eens aan. Sommigen halen het bloed onder je nagels vandaan, anderen zijn geweldige mensen. Sommigen zijn de vriendelijkheid zelve, anderen gunnen je geen blik. Dan heb ik het natuurlijk niet over de buren, maar over buschauffeurs. Waar de één alle deuren en dakramen dichthoudt en de verwarming aanzet terwijl het buiten vijfentwintig graden is, zet de ander de dakramen open terwijl het stortregend zodat iedereen kleddernat wordt. Over het algemeen doen ze hun werk goed, maar de degelijke onopvallende buschauffeur onthoud je niet. Mohammed met een hoedje op een kaal hoofd en een lange zwarte baard des te meer. Of de Pool die geen Nederlands spreekt. Altijd lastig als je wilt weten of hij ook in de buurt van de McDonalds op de Loevesteinse Dwarsweg stopt. Je ziet ‘m denken, hij lijkt een woord herkend te hebben. “McDonalds jaja!” Ja stopt u bij de McDonalds? “McDonalds mmm!” Juist.

Wat ook onbegrijpbaar is zijn busschauffeurs die als een speer rijden, onderweg een aantal levensgevaarlijke situaties veroorzaken, en vervolgens vijf minuten lang stil blijven staan op het busstation van een dorpje ergens halverwege het traject. Je zou toch ’s een keer op tijd zijn. Vanwaar dan die haast? Effe lekker peukie roken. Effe lekker krantje lezen. Geweldig chauffeur, werkelijk topservice. Of, chauffeurs die constant te veel gas geven. Bij elke keer optrekken weer zo’n geloei, en het gaat echt niet harder dan bij een normale hoeveelheid gas. Het is alleen ontzettend irritant. Net als de buren. Die van een nummer eerder ja. Nog irritanter zijn chauffeurs die niet weten hoe het principe van busrijden werkt. Gas geven, gas los. Gas geven, gas los. Zo werkt dat niet vriend. Zeker niet in een automaat die elke keer als het gas los is terugschakelt, en bij het gas geven weer opschakelt. Weleens gedacht hoe leuk dat is voor de passagiers? Of, chauffeurs die hun muziek aan hebben staan. Net iets te hard. Of, chauffeurs die verkeerd rijden en halsbrekende toeren uit moeten halen om midden op het kruispunt te kunnen keren. En natuurlijk, chauffeurs die de halte voorbij rijden terwijl je toch echt op het stopknopje hebt gedrukt.

Gelukkig zijn ze niet allemaal zo, er is ook nog aantal leuke buschauffeurs. Wel een klein aantal, maar ze zijn er echt. Ooit een chauffeur gehad met een tulband, een bril,een lange grijze baard, en gekleed in een lang wit gewaad? Rijdt verder prima, maar je kijkt toch wel even verbaasd op. De chauffeur die “gozerrrrrrrrrr!” roept als je binnenkomt. De chauffeur die als het in- en uitcheckpaaltje het niet doet, bij iedereen die binnenkomt ‘pieep!’ zegt en daarna weer stoïcijns voor zich uit kijkt. Of de chauffeur die je constant op de hoogte houdt wat er te doen is bij elke halte. En, de chauffeur die als er onverwachts omgereden moet worden, over kleine weggetjes en smalle dijkjes heen rijdt en zich de weg laat wijzen door passagiers. Hij weet de weg niet maar vindt het allemaal wel prima en lacht zich een kriek. Halfuur later thuis maar wel lol gehad. Kan ook altijd lachen om chauffeurs die gewoon de halte voorbij rijden als de wachtende de hand niet opsteekt, maar het leukste is toch de chauffeur die voor piloot speelt over de intercom. “Welkom aan boord van de 142, de snellijn naar Amsterrrrrdam Centraal. Het is vanmorgen zonnig weer met een graadje of drieëntwintig. Later vandaag worden helaas enkele buien verwacht, dus ik hoop dat u uw paraplu heeft meegenomen. Onderweg stoppen we in onder meer een aantal keer in Amstelveen, maar ik zou het fijn vinden als u wat langer met mij mee reed. Dan rest mij nog de tip van de dag: verras bij thuiskomst uw buren met een bloemetje. Ik wens u verder nog een prettige reis.”